Veel katten drinken van nature weinig. Dat komt instinctief doordat hun voorouders een groot deel van hun vocht uit hun prooi haalden.
Toch is voldoende drinken belangrijk, zeker voor katten die vooral brokjes eten of gevoelig zijn voor blaas- en nierproblemen.
Hoe pak je het aan?
Gelukkig kan je je kat op een eenvoudige manier stimuleren om meer te drinken:
- Zet meerdere waterbakjes op rustige plaatsen in huis, liefst niet naast het voer of de kattenbak. Veel katten drinken ook liever uit een brede, lage kom van glas, keramiek of roestvrij staal.
- Ververs het water dagelijks en houd de drinkbak goed schoon. Sommige katten drinken bovendien graag uit een drinkfontein, al werkt dat niet voor elke kat.
Ook voeding speelt een belangrijke rol. Natvoer bevat veel meer vocht dan brokken en helpt je kat om voldoende vocht binnen te krijgen.
Wanneer moet je alert zijn?
Merk je dat je kat plots veel meer drinkt, vaker plast, naast de kattenbak plast of bloed in de urine heeft? Dan kan er sprake zijn van een onderliggend gezondheidsprobleem, zoals een blaasontsteking, blaasgruis, nierproblemen of diabetes.
Kan je kat helemaal niet meer plassen? Dan is dat een spoedgeval, vooral bij katers, en neem je best onmiddellijk contact op met je dierenarts.
Door kleine aanpassingen in de leefomgeving kan je vaak al een groot verschil maken. Blijf het drinkgedrag van je kat goed opvolgen en aarzel niet om contact met ons op te nemen als je veranderingen opmerkt of je je zorgen maakt. We helpen je graag om de gezondheid van je kat optimaal te houden.